Raadselige Roos

Deelnemers aan Raadselige Roos lezen voor uit eigen werk in het Venrays Museum

Op zondagmiddag 3 februari vond in het Venrayse Museum, de ‘Voorleesmiddag van de Raadselige Roos 2018’ plaats. Dichters en prozaschrijvers, allemaal winnaars en genomineerden van de 26ste amateurschrijfwedstrijd van Literair Café Venray, lazen voor een literatuur minnend publiek hun ingezonden gedicht of prozaverhaal én uit eigen werk voor.

Het idee voor deze voorleesmiddag kwam van Marian Fassotte van het Venrays Museum. Dit naar aanleiding van de expositie ‘De Raadselige Roos, de schilderijen’. Cursisten van Marlies van Zeben en zelfstandig werkende amateurs maakten ook dit jaar weer op basis van hetzelfde thema, als dat voor de schrijfwedstrijd van 2018, ‘speelruimte’, beeldend werk. Aan elk winnend en genomineerd prozaverhaal en gedicht werd een van deze beeldende werken ‘gelinkt’. Het werk werd in de bundel De Raadselige Roos 2018 bij het gedicht of verhaal afgedrukt, maar ook met het gedicht of proza- verhaal in het Venrays Museum geëxposeerd.

Het is opvallend, hoe identiek, en toch volledig onafhankelijk van elkaar, het begrip ‘speelruimte’  door dichters, prozaschrijver en beeldend kunstenaars geïnterpreteerd werd. Het doel van deze voorleesmiddag was om de Raadselige Roos 2018 niet abrupt af te sluiten met het bekend maken    en feliciteren van de genomineerden en prijswinnaars. Graag wilden wij onze deelnemers nog eens, in een meer informele, zeg maar huiskamersetting, terugzien, om hun inzending voor te komen lezen    en iets over zichzelf en hun dichter- of schrijverschap te komen vertellen.                                                                                                                                                                                                                                        Voor de Raadselige Roos en het Venrays Museum was het een verrassing hoe groot de bereidheid van de dichters en schrijvers hiervoor was en hoe groot ook de belangstelling van het publiek. Beide waren boven verwachting. Liefst elf van de genomineerden en prijswinnaars wilden graag nog eens naar Venray komen. Tussen de vijftig en zestig luisteraars kwamen naar deze voorleesmiddag in het Venrays Museum om naar poëzie en verhalen te luisteren.

Deze eerste voorleesmiddag werd, zo bleek uit de reacties op een toegestuurde evaluatie-enquête, door de deelnemers unaniem als plezierig, zinvol en heel gezellig ervaren. De Raadselige Roos en het Venrays Museum waren ook meer dan tevreden over het verloop van hun eerste gezamenlijke Raadselige Roos-voorleesmiddag.  Maar natuurlijk hadden de deelnemers ook voor ons praktische tips, suggesties en verbeterpunten om toekomstige voorleesmiddagen zowel voor de deelnemende dichters en schrijvers, het publiek, het Venrays Museum én de Raadselige Roos nóg plezieriger en nóg gezelliger te maken. Want, volgend jaar zal er een tweede, wel enigszins aangepaste, maar ook nog gezelligere Raadselige Roos-expositie en voorleesmiddag in het Venrays Museum zijn.

Namens het Venrays Museum en De Raadselige Roos;
Marian Fasotte, Wil Hoeijmakers en Jan Thijssen

Expositie De Raadselige Roos: Speelruimte is een samenwerking van het Venrays Museum en de Raadselige Roos van Literair Café Venray.

 

Jan-Hein de Wit (pseudoniem Marcus-Erik Bohr) 1e prijswinnaar poëzie: Haar speelruimte.

Vijf jaar geleden ging ik met pensioen als directeur-bestuurder in het onderwijs. Ik ben in Venray van 1984 tot 1995 rector geweest van de scholengemeenschap Jerusalem.

In mijn leven als rector en als directeur-bestuurder heb ik veel teksten gemaakt. Ik schreef toespraken en korte verhalen. Daarbij probeerde ik mij altijd te richten op mensen met idealen, met liefde voor hun vak, met pijn en verdriet en met tekortkomingen. Ik heb daar veel tijd aan besteed. Er zat in mijn teksten vaak een boodschap die mensen aansprak. Dat was een stimulans om er nog meer energie in te steken en nog beter mijn best te doen. En zo werd het een deel van mijn leven: schrijven. Er zijn geen schrijvers of dichters die mij in het bijzonder inspireren. Er zijn zo veel hele mooie schrijvers. Ik ga er geen noemen. Ik ben ook niet erg belezen. Het schrijven is mij dus niet vreemd. Dichten is een ander verhaal. Je zou kunnen zeggen, dat ik probeer te denken in gedichten die beeldend zijn. Ik ben jarenlang amateurfilmer geweest en heb een aantal korte films gemaakt. Ik film al jaren niet meer, maar denken in beelden is mij vertrouwd. Het  winnende gedicht‘Haar ruimte’, is ontstaan als een krachtig beeld. Ik ben blijven denken in dat beeld en tegelijkertijd ben ik woorden gaan zoeken. Hoe minder hoe liever. Er gaan maanden voorbij en dan heb ik weer eens een regel. Ik heb geen haast. Het is een proces van rijping. Ik ben een schrijver, die denkt in beelden en rustig wacht tot er woorden komen, die het best passen bij de boodschap.

 

Janine Jongsma, 2e prijs poëzie: Twaalfde Zomer

Literatuur betekent voor mij erg veel. Ik kom uit een familie van journalisten en schrijvers. De liefde voor taal, lezen en schrijven zit in mijn genen. Ik houd mij serieus met het dichten bezig sinds 2010.  Ik ben tot het dichten gekomen, omdat in dichten voor mij meer uitdaging zit dan in andere vormen van schrijven. Ik heb proza, blogs, columns en artikelen geschreven, die op het internet werden gepubliceerd. Maar toen ik poëzie ging schrijven, heb ik mij daar volledig op toegelegd. Vooral omdat mijn eerste inzending voor de Literatuurprijs van Nieuwegein mij meteen een nominatie opleverde. Toen wist ik dat ik blijkbaar talent had voor het schrijven van poëzie.
Ik heb jarenlang in de verkoop gezeten. Daarna ben ik gaan studeren en heb ik een eigen praktijk gehad, gericht op het ondersteunen van ouders met huilbaby’s. Ik was als redacteur ook verbonden aan online magazines gerelateerd aan dit onderwerp. Momenteel richt ik mij op volledig op het dichten en komt in maart mijn bundel uit bij Uitgeverij Voetnoot te Antwerpen.
Inspiratie kan overal inzitten. Herinneringen, observaties, eigen ervaringen en  soms kan een heel klein detail uitgroeien tot een gedicht.
Er zijn vele dichters wier werk ik zeer waardeer. Dit gaat van Kopland, Vasalis en Slauerhoff tot aan Ingmar Heytze, Esther Naomi Perquin, Menno Wigman en Delphine Lecompte maar ook Kyra Wuck Hagar Peeters, Willem Thies en zo kan ik nog doorgaan………………….
Ik doe vanaf 2010 mee aan alle Nederlandse en Belgische poëziewedstrijden. Ik word regelmatig of genomineerd of win een prijs.

 

Anja Geurts, 3e prijs poëzie: Stiletto

Voor mij betekent literatuur geestverruimend, grenzeloos reizen door ruimte en tijd vanuit je luie stoel. Ik dicht al een hele poos. Er ligt al een uitgetypt gedicht uit 1983, maar of dat ook mijn eerste gedicht is. Dat denk ik niet. Negen jaar geleden heb ik het schrijven weer opgepakt bij Schrijftijd van Monica Boschman. Ik heb bij haar ook dichtcursussen gevolgd.

Je verzint niet op een dag: laat ik eens een gedicht gaan schrijven of ik wil dichter worden. De aantrekkingskracht van pen en papier is er al van jongs af aan. Soms schrijf je jaren niet, maar het komt telkens weer op je pad. Je moet.

Ik ben ooit afgestudeerd als leraar Geschiedenis/Aardrijkskunde, maar ik heb nooit voor de klas gestaan. Via allerlei omwegen o.a. kinderopvang, runnen mijn man en ik nu samen een autobedrijf. Mijn inspiratie zeg maar, haal ik uit en vind ik in de dagelijkse werkelijkheid. Vanaf mijn kindertijd heb ik altijd twee favorieten gehad. Dr. Seuss en Annie M.G. Schmidt. Maar er zijn er nog zoveel meer en andere, er is nog zoveel meer en anders te ontdekken. Een keer eerder heb ik aan schrijfwedstrijd voor poëzie deelgenomen. Dat was aan de Margriets Nachtpoëzie-wedstrijd in 1990. Ik ben niet in de  prijzen gevallen, maar mijn gedicht werd wel geplaatst.

 

Anita Mulleneers, Eijsden 1e prijs proza: Vierkant in het midden.

Verhalen die zijn opgeschreven zijn bijzonder. Ze prikkelen de fantasie van de lezer, het niet beschrevene kan naar eigen verbeelding worden ingevuld. Dat vind ik mooi. Bovendien is het interessant om in een personage te kruipen en een kijkje te nemen in diens gedachtewereld. Zo’n intiem contact schept als het ware een band. Ik kan met hem of haar meevoelen, meelijden en plezier delen. Ik wil begrijpen waarom iemand iets doet of waarom juist niet, zodat ik me kan identificeren met het personage of me er tegen kan afzetten. Als een boek dat met me doet, ben ik getriggerd om naar de ‘diepere lagen’ te zoeken. Die intentie probeer ik ook mee te nemen als ik zelf met woorden speel. Dat is niet altijd makkelijk, maar dat hoeft ook niet. Schrijven kost nou eenmaal moeite. Ik heb altijd wel schrijfsels geproduceerd maar zes jaar geleden ben ik er echt serieus mee aan de slag gegaan. Als kind, was ik al verzot op verhalen. Liet me graag betoveren door wonderlijke personages. Als het verhaaltje uit was, nam ik de figuren mee naar mijn eigen wereld, opdat ze de avonturen konden beleven, die ik voor ze verzon. Dat vond ik fantastisch. Ik dacht altijd, als ik later groot ben, dan ga ik ook ‘verhalen wandelen.’ Die wens ben ik blijven koesteren, maar het lukte me pas in 2012 om daar ruimte voor te maken.

Ik heb altijd in de stad waar ik ben opgegroeid gewerkt, Maastricht. Ik begon als oogartsassistente. Later werd ik secretariaatshoofd in het Academisch Ziekenhuis en halverwege de jaren negentig werkte ik als marketing-sales manager in de oude stadsschouwburg, “La Bonbonnière.” Uitdagingen waar ik naar verloop van tijd op uitgekeken raakte. Ik was zoekende en wilde met mijn eigen ideeën aan de slag. Dat lukte toen mijn man en ik een horecabedrijf aan het Vrijthof overnamen. We hebben het jarenlang samen gerund. Dat was stevig aanpoten, we werkten zeven dagen op zeven. Ik kon toen geen tijd voor schrijven vrijmaken, wel voor observeren en aantekeningen maken. Ik heb heel veel geleerd over het gedrag van mensen, maar nog meer over mezelf.

Ik wandel veel, meestal alleen. Dan kan mijn fantasie vrij stromen.  Ik ga naar het Savelsbos of ik loop langs de vele mooie plekjes die Eijsden te bieden heeft. Maar ik ben ook regelmatig op de begraafplaats aan de Tongerseweg in Maastricht te vinden om terug in de tijd te reizen. De monumentale begraafplaats werd in 1812 gesticht. De stilte die daar heerst maakt me rustig. Bovendien woont daar een van mijn personages, Dyamos. Naar aanleiding van de gesprekken die ik met hem voer, plaats ik op de laatste zondag van de maand uit zijn naam een “post” op mijn website: nietvandezewereld.nl. Dat kan een levensbeschouwing zijn of een kort verhaal.

Mijn favoriete schrijver is Ene Willem, zijn achternaam is onbekend. Hij schreef in de dertiende eeuw “Van den vos Reynaerde.” Naar alle waarschijnlijkheid leefde hij in Gent.

Ik leerde het personage, zoals zovelen, in mijn schooltijd kennen. Omdat hij niet sterk was, moest hij sluw zijn om zijn doelen te bereiken. De vos werd gehaat omwille van  zijn wrede daden en tegelijkertijd dwong hij met zijn slinksheid ook veel respect af.

Het neerzetten van karakters door dieren of wonderlijke personages met elkaar te laten communiceren is een uitstekende manier om mensen indirect iets duidelijk te maken over het leven en over gedragingen. Ik had nog nooit een prozaverhaal voor een schrijfwedstrijd ingestuurd. De Raadselige Roos is de eerste wedstrijd waar ik aan heb deelgenomen.

 

Ellis Wiendels, 2de prijs proza: Speelruimte

Dat verhalen schrijven moet blijven’                                                                                                                    

In 2000 zei Paul Reiniers, mijn collega bij De Limburger: “Ellis, doe toch een keer mee aan de Raadselige Roos!” Hij was al jaren nauw betrokken bij de organisatie daarvan. Ik twijfelde: het leek me leuk om een keer in wedstrijdverband een verhaal te schrijven, maar wat nou als ik er niks van bakte? Maar ik moest ook denken aan de woorden, die meester Sjaak van de zesde klas schreef bij mijn afscheid van de lagere school: ‘Beste Ellis, misschien zie ik jou nog wellis. Dat verhalen schrijven moet blijven.’ Dus ik deed mee aan de Raadselige Roos en behaalde de tweede prijs bij het proza. Een jaar later won ik geen prijs, maar werd mijn verhaal wel gepubliceerd. In 2002 werd ik eerste. Misschien had ik er meer mee moeten doen. Maar het waren drukke jaren als freelance journalist en moeder van vier opgroeiende jongens. Af en toe deed ik mee aan de Raadselige Roos, want het was een mooie stok achter de deur om toch met fictie bezig te zijn. En ik hield mezelf voor: wie weet wat de toekomst brengt. Dat denk ik nog steeds, nu ik weer als eindredacteur bij De Limburger in Sittard werk en andermans verhalen op de schop neem…

Pinkeltje

Toen ik kon lezen, kreeg ik voor mijn verjaardag een boek over Pinkeltje, het kaboutertje van Dick Laan. Daarna heb ik altijd gelezen. Hielke en Sietse Klinkhamer met hun Kameleon, sprookjes, Kruimeltje, Paddeltje, Suske en Wiske, Paul Biegel, Arendsoog en Pim Pandoer en De Libelle. Daarna de boekenkast van mijn ouders, met onder andere Toon Kortooms, Walter Breedveld, A. den Doolaard en ’s Werelds beste korte verhalen Deel 1 en 2 van Reader’s Digest. Vooral aan die laatste twee boeken was ik gehecht en ik ben heel blij dat ik ze nu van mijn ouders heb gekregen.

Deprimerend

Vervolgens ‘vrat’ ik alles wat mij onder ogen kwam en dat doe ik nog steeds, met uitzondering van (auto)biografieën en Nederlandse literatuur. De boeken van Nederlandse schrijvers deprimeren me bijna altijd, vandaar. Maar Tolkien, Edgar Allan Poe, John Irving, Isaac Asimov, Elizabeth Gilbert, Daphne du Maurier, Mark Twain, Oriana Fallaci, Dan Brown, Graham Greene, Paulo Coelho en de zusjes Brontë koester ik. Ik lees graag boeken over spiritualiteit, zelfhulpboeken en, na een drukke periode, de boekjes van de Bouquetreeks (tegenwoordig bijna alleen nog Nora Roberts).

Kernachtig

Ernest Hemingway is mijn voorbeeld als het gaat om helder en duidelijk te schrijven, met korte zinnen. Dat zal ook te maken hebben met mijn werk als eindredacteur: kernachtig en ‘to the point’ schrijven binnen een beperkte ruimte. ’s Nachts, als ik wakker lig, ga ik nadenken over een verhaal. Dan ga ik personages en hun omgeving ‘zien’. En als ik dan denk: ja, dit is een goed idee, dan val ik in slaap. Nadeel is wel dat ik een deadline nodig heb om een verhaal vloeiend te kunnen schrijven. Ik wacht tot het allerlaatste moment en rammel dan gehaast op mijn toetsenbord. Met als gevolg dat er nog wel een typefout kan blijven staan of dat ik vergeet een titel te bedenken… (zoals bij mijn laatste verhaal). Maar ja, als ik een echte schrijver was, zou er altijd nog een eindredacteur zijn die daar naar kijkt 😉

 

Ton Adriaens, 3e prijs proza: Het leven is een spel

Literatuur is voor mij genieten van het werk van anderen, maar ook zelf lichtvoetig spelen met taal of heel nauwgezet en consciëntieus verwoorden van gevoelens en gedachten. Dit, mijn hele leven al. Ik heb verhalen, columns, sketches, liedjes conferences geschreven, voorgedragen en gespeeld en was schrijver/verteller en regisseur bij twee grote openluchtmusicals. Ook ben ik nog steeds actief als speler/schrijver in een theatergezelschap en als redacteur en columnist van een regionaal maandblad.
Hoe ik tot schrijven ben gekomen? Door een nauwelijks verklaarbare innerlijke drang tot ‘verwoorden’. Schrijven, zowel proza als poëzie is altijd mijn ding geweest. De Bloemlezingen van Knuvelder en de Literaire Kunst van Lodewick waren op de hbs voor mij de favoriete boeken.
Veertig jaar ben ik als leerkracht werkzaam geweest in het middelbaar beroepsonderwijs. De lessen waar ik mijn ziel en zaligheid in kon leggen waren Nederlands, sociale vaardigheden, dramatische expressie, omgaan met feedback en voorlezen en vertellen.
Als puber schreef ik ook al gedichten, geïnspireerd door de Vijftiger, met name Lucebert en Kouwenaar. Nu zijn het vooral gebeurtenissen uit mijn leven of actuele maatschappelijke thema’s. De schrijvers die ik bewonder en/of mij inspireren vormen een heel divers gezelschap: Jan Wolkers, Conny Palmen, Kees van Kooten. Scandinavische thrillerschrijvers als Stieg Larson vind ik ook geweldig. Maar de Janson-Reeks van een Robert Ludlum vind ik verschrikkelijk. Niet doorheen te komen.                In 1997 deed ik in Kinrooi, België mee aan de Magistraal Marginaal-wedstrijd van Weirdo’s, een anti-postmodernistisch literair (k)wartaalschrift. Toen kreeg ik de smaak te pakken en dong ik begin deze eeuw met wisselend succes mee naar de Literatuurprijs van de stad Weert. Deze tweejaarlijkse wedstrijd was echter geen lang leven beschoren. Een van de andere deelnemers wees mij op de Raadselige Roos en zo is in 2006 mijn deelname daaraan begonnen. Het is de enige schrijfwedstrijd waaraan ik meedoe. In dat eerste jaar won ik meteen de aanmoedigingsprijs bij poëzie! Een geweldige opsteker. In 2007 en 2009 kreeg ik eervolle vermeldingen voor proza respectievelijk poëzie en in 2010 werd een gedicht van mij geschikt bevonden voor publicatie. De laatste jaren richt ik mij met succes op proza: In 2015 de tweede prijs, in 2017 eerste en dit jaar derde.

Jan Versluys, winnaar van de publieksjury poëzie, de Roojse Roos: Beknopt ruimtespel

Literatuur -taal dus eigenlijk- heeft al een lange tijd mijn belangstelling. Mijn studie Nederland MO-A in Middelburg getuigt daarvan. Vooral de leraren Nederlands op de Pedagogische Academie hebben die interesse aangewakkerd. Er gaat een wereld open voor een achttienjarige als hij in contact komt met dichters die er toe doen…… Die “levens”-zaken aanroeren en benoemen op een speciale manier  Op hun speciale manier! Ik was dus leraar en heb technische, creatieve vakken en vanzelfsprekend ook Nederlands gegeven. Het dichten is een poos niet zo urgent geweest vanwege mijnwerk en  gezin. Op latere leeftijd is het maken van gedichten weer wat meer op de voorgrond getreden. Ook het meedoen aan “wedstrijden” en het insturen van gedichten. Ik zie dat niet echt als een wedstrijd trouwens….. In 2015 heb ik een prijswinnend gedicht geschreven voor “Sail Vlissingen”. Twee vam mijn gedichten staan in de bundel “Van Zeeuwse bodem”. Verder verschenen er gedichten van mij in de bundel “Kunstspoor Noord-Beveland”  en het landelijke maandblad van de KBO/PCOB. Tenslotte ben ik een van de dertig dichters in de serie “Vers op zondag”  een online programma waarin elke week een gedicht van meestal, Zeeuwse dichters verschijnt. Inspiratie…ik kijk om me heen en vind in de meest kleine dingen een aanleiding om gedichten te schrijven. Vaak is er trouwens helemaal geen ‘klik’ met iets wat ik zie of denk. Dan zijn er plots een aantal woorden. En als je dan daar wat mee gaat doen komt er soms een gedicht van. Ook het verleden, mijn verleden, is een belangrijke inspiratiebron. Bij het ouder worden gaan je jeugd en de tijd dat je jong was belangrijk worden. Ik ben een groot bewonderaar van de dichter J.C. Bloem. Van mijn scriptie op de Pedagogische Academie tot nu is hij aanwezig in mijn bestaan. Heb veel verzameld in de loop van bijna vijftig jaren over en van hem. Het lezen van bijvoorbeeld “Het Baanwachtershuisje” is nog altijd een belevenis! Ook de gedichten van Levi Weemoedt spreken me aan. Ik ben geen dichter, maar ik schrijf wel gedichten! Vind het fijn, dat anderen aanvoelen wat ik bedoel.

Prijsuitreiking van de zesentwintigste Raadselige Roos schrijfwedstrijd van Literair Café Venray 

We kunnen terug kijken op een geslaagde 26e editie van de proza-  en poëziewedstrijd van Literair Café Venray.  Als vanouds zijn de prijzen door de burgemeester van Venray,  de heer Hans Gilissen, uitgereikt. Namens de gemeente was ook onze wethouder van Cultuur Anne Thielen aanwezig en de Provincie werd vertegenwoordigd door Ger Koopmans. We zijn ook erg blij met de aanwezigheid van deelnemers, kunstenaars, seizoenpashouders en familie en vrienden van de deelnemers.

Door Liesbeth Rutten,  bekende Venrayse kunstenaar, is de trofee ontworpen die is uitgereikt aan de prijswinnaars van de 1e prijs van proza en poëzie en de publieksprijs.
De winnaars van deze 26e editie van de Raadselige Roos zijn:

Poëzie 2018
1.    Marcus-Erik Bohr (pseudoniem), Venray
2.    Janine Jongsma , Deurne
3.    Anja Geurts, Beers

(Op de foto v.l.n.r.)

Publieksprijs
Rooje Roos-prijs Jan Versluys, Wolphaartsdijk

(Op de foto 1ste links)

 

Proza
1.    Anita Mulleneers, Eijsden
2.    Ellis Wiendels, Middelaar
3.    Ton Adriaens, Weert

(Op de foto van v.r.n.l.)

 

 

Alle winnaars hebben een beeldje ontvangen, voorstellende een roos, het juryrapport, de bundel  Raadselige Roos 2018 en een roos uit Venrayse teelt. De overige genomineerden, die niet in de prijzen vallen, maar wier bijdrage, gedicht of proza-verhaal, vanwege zijn literaire kwaliteit het verdient in de bundel opgenomen te worden, ontvangen naast het juryrapport, de bundel en een Venrayse roos.

In 2018 heeft de Raadselige Roos 33 gedichten en 27 prozaverhalen toegezonden gekregen en dat door 29 mannen en 27 vrouwen. Allen afkomstig of woonachtig in zuidelijk Nederland en Nederlandstalig België. De literaire kwaliteit van de inzendingen van 2018 zijn ook dit jaar weer van uitzonderlijke kwaliteit. Het verplichte thema ‘speelruimte’, werd op creatieve, speelse, serieuze en soms zelfs indrukwekkende wijze benaderd en uitgewerkt. Prachtig voor de Raadselige Roos, maar moeilijk voor de diverse jury’s om uiteindelijke eensgezind tot een breed gedragen voordracht van prijswinnaars en genomineerden te komen, van wie de bijdrages in de bundel de Raadselige Roos 2018 opgenomen gaan worden.

Ook in 2018 hebben cursisten van  Marlies van Zeben  op grond van hetzelfde thema ‘speelruimte’ weer schilderijen gemaakt. Aan elk winnend gedicht en prozaverhaal dat in de bundel is opgenomen, is een van deze beeldende kunstwerken gekoppeld. Heel bijzonder is, dat ook nu weer een beeldend werk, een schilderij, perfect gelinkt kan worden aan, en gemaakt lijkt voor een specifiek literair werk. Deze schilderijen zijn bij het gedicht of prozaverhaal in de bundel, met de naam van de makers, afgedrukt. Bijzonder is, dat deze beeldende werken met het bijbehorende gedicht of prozaverhaal ook van 20 januari,  tot 23 februari 2019 in het Venrays Museum, “De Borggraaf”, vrij te bezichtigen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De wedstrijd is ook aangemeld bij: http://www.schrijvenonline.org/

AMBASSADEUR

Hans Liebregts, voorzitter van het Letterkundig Centrum Limburg, is sinds enkele jaren ambassadeur van de schrijfwedstrijd Raadselige Roos. Als zodanig ondersteunt hij de organisatie met raad en daad.

De vakjury Proza:

  • Maja van Dongen
  • Catherine Pernot
  • Elly Reintjes
  • Stan Verhaag
  • Marije Freriks

 

 

 

De Publieksjury:

  • Suze Bareman
  • Liesbeth van Berlo
  • Leonie Cals
  • Carla Clevers
  • Ton Ederveen
  • Clara Geurts
  • Liduïne Geurts
  • Anne Sophie Hoedemaekers
  • Petra Houba
  • Elly Jacobs
  • Mieke Janssen
  • Ine Joosten
  • Jeanny van Lieshout
  • Dini Stoevenbelt
  • Yvonne Verstraelen

 

De Vakjury Poëzie:

  • Hilde Kuitert
  • Marian van Leth
  • Margreet Spoelstra
  • Alphons van Nispen
  • Hay Freriks

 

REGLEMENT
Voor deze schrijfwedstrijd gelden de voorwaarden zoals vermeld in het Reglement

De winnaars van voorgaande jaren
Download hier een overzicht van de prijswinnaars van de voorgaande jaren.

 

Verkooppunt bundel Raadselige Roos
De bundel Raadselige Roos 2018 is voor € 10,00 te koop bij

Roojboek, Schoolstraat 36-38, 5801 BP Venray
De bundels Raadselige Roos kunnen in de bibliotheek van Venray geleend worden

Bundels van eerdere jaargangen zijn tegen gereduceerde prijs te koop via raadseligeroos@literaircafevenray.nl.

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!