Schrijversbijeenkomsten

Jaarprogramma seizoen 2020 – 2021

Beste seizoenpashouders en vrienden van Literair Café Venray,

U heeft in de afgelopen periode een aantal keren onze tussentijdse informatie ontvangen over het nieuwe seizoen 2020/2021. Daarin heeft u kunnen lezen, dat wij met het organiseren van de schrijversbijeenkomsten al ver gevorderd zijn. In grote lijnen zijn de schrijvers en de data van komst vastgelegd. Ook hebben wij de twee laatste bijeenkomsten van het afgelopen seizoen, die door de komst van Corona niet konden plaats vinden, alsnog als extra voor het nieuwe seizoen kunnen afspreken. Hieronder treft u het nieuwe programma aan.

We weten allen, dat het Coronavirus ons nog niet verlaten heeft en dat op verschillende plaatsen oplevingen zijn. Dat maakt, dat wij de uiterste zorgvuldigheidsmaatregelen in acht nemen en dat als vertrekpunt aangehouden hebben bij het maken van onze locatiekeuze. Wij hebben deze gevonden in de Bibliotheek Venray. Wij kunnen hier met plaatsing van stoelen op vereiste afstand, duidelijke looplijnen, desinfecteren van de handen bij binnenkomst, geen garderobe functie en geen koffie aan de primaire eisen voldoen. Op deze wijze kunnen 70 personen veilig aanwezig zijn. En dat is overeenkomstig het aantal seizoenpashouders van het afgelopen jaar. Daarbij zal inschrijving vooraf nodig zijn, niet alleen om contactbron onderzoek mogelijk te maken, maar ook om te kunnen bepalen of naast de vaste seizoenpashouders nog andere geïnteresseerden kunnen toegelaten worden. U leest het goed, onze seizoenpashouders krijgen voorrang.

Wij zijn blij met de geschetste oplossingen het seizoen 2020/2021 toch te kunnen starten. Maar veiligheid staat voorop. Mocht in de komende maanden duidelijk worden, dat de maatregelen aangescherpt moeten worden en als consequentie hebben, dat we toch moeten stoppen, dan gebeurt dat tijdig. En in dat geval garanderen wij, dat u de niet benutte inleg terug krijgt. Maar vooralsnog gaat het programma uitvoering krijgen en nodigen wij u uit net als in de voorafgaande jaren seizoenpashouder te worden. Zoals eerder meegedeeld, zijn er twee inhaalschrijvers en vier nieuwe gepland. De kosten van de seizoenpas blijven echter gelijk aan die van het afgelopen jaar, nl. 40 euro per persoon. Wij wensen jullie ook al is het op aangepaste wijze boeiende bijeenkomsten. We mogen toch ook concluderen, dat lezen zeker in de afgelopen Corona maanden voor velen een belangrijke ondersteuning heeft geboden.

Aanmelding voor het nieuwe seizoen loopt via het secretariaat@literaircafevenray.nl en betaling via banknummer LCV NL46RABO0132594250. Gaarne aanmelding voor 1 september 2020.

Het programma:

  • 04-10-2020 Arthur Japin over zijn nieuwe boek Mrs. Degas
  • 08-11-2020 Mirthe van Doornik over Moeders van anderen
  • 13-12-2020 Franca Treur Hoor nu mijn stem
  • 07-02-2021 Hanneke Hendrix Aswoensdag
  • 14-03-2021 Judith Koelemeijer Het zwijgen van Maria Zachea
  • 16-05-2021 Wiel Kusters Zonder palet

Arthur Japin © Corbino

Arthur Japin (26 juli 1956, Haarlem)

 

Arthur Japin werd in 1956 geboren in Haarlem. Na het gymnasium (alpha) studeerde hij twee jaar Nederlandse Taal- en Letterkunde in Amsterdam en ging daar vervolgens naar de Theaterschool. Na zijn afstuderen in 1982 speelde hij onder andere bij Toneelgroep Centrum en de Theaterunie. Ook zong hij een kleine rol bij de Nederlandse Opera.

Tussen alle publicaties door slaat hij af en toe een heel ander pad in, ter afwisseling en inspiratie. Dit kan van alles zijn. Zo was hij vast panellid in Claudia de Breij’s Thank God it’s Friday, presenteerde hij de Nederlandse versie van de Britse televisiequiz QI en de protest uitzending Leve Sotsji. Hij was te zien in het Sinterklaasjournaal maar ook in Kees Brusse’s  Mensen zoals jij en ik en als overbuurman van de familie Flodder. Hij speelde stukken van Shakespeare als Driekoningenavond en Veel Gedoe om Niets en bewerkte diverse van zijn eigen boeken voor het theater, waaronder De man van je leven en Vaslav.

Arthur Japin debuteerde als schrijver in 1996 met de verhalenbundel Magonische verhalen. Zijn debuut werd veelgeprezen in de literaire kritiek, maar hij brak pas bij een groot publiek door met zijn tweede boek, het verhaal van de twee prinsjes: De zwarte met het witte hart, die wereldwijd vertaald werd en die hem internationale roem bezorgde. Japin publiceerde dit boek pas na tien jaar onderzoek in Afrika, Weimar en Indonesië. In 2004 kreeg hij de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman Een schitterend gebrek en in 2006 schreef hij met De grote wereld het boekenweekgeschenk met een recordoplage van 813.000 exemplaren. Zijn verhalen hebben veelal een autobiografische of historische kern.

In het najaar van 2020 komt zijn nieuwe roman uit Mrs Degas. Het speelt zich af in Parijs, 1912. Edgar Degas, de schilder, is blind geworden. Wanneer hij zijn huis uit moet, duikt een jonge vrouw op om zijn archieven te helpen ordenen. Zij is echter niet wie zij beweert te zijn en in het geheim brengt zij verslag uit over haar bezoekjes, waarbij zij welbewust Degas’ herinnering wekt aan de enige – en onmogelijke – liefde van zijn leven: zijn blind geworden Amerikaanse nichtje Estelle, een Creoolse uit New Orleans, die hij daar schilderde terwijl zij bloemen aan het schikken was.

Mirthe van Doornik © Martijn Gijsbertsen 2017

Myrthe van Doornik (8 mei 1982 Rotterdam)

Myrthe van Doornik groeit op in Rotterdam waar ze journalistiek studeert. In 2016 wint zij de Scheltema-academie en met haar verhaal De sterren boven München de vakjuryprijs van de NPO Boekenweek Schrijfwedstrijd. In 2018 brengt zij haar debuutroman Moeders van anderen uit. Deze roman wordt genomineerd voor de Bookspot Literatuurprijs en de Hebban Debuutprijs en bekroond met de ANV Debutantenprijs 2019 (lezersprijs) en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2020. Myrthe maakt met haar zus Jade van Doornik de documentairefilm Als Anneke, het verhaal over hun tante die lijdt aan de neurologische ziekte ALS. In 2017 door de NPO uitgezonden.

Moeders van anderen gaat over twee zussen, Nico en Kine, die leven in een gezin met een drinkende moeder. Van Doornik heeft het talent om ondanks dit zware thema lichtvoetig over de worsteling met onveiligheid, over onmacht en loyaliteit te schrijven. Het is een geestige en ontroerende roman over een disfunctioneel gezin met ‘een groot verlangen naar het leven’. Zij geeft de twee zussen elk hun eigen perspectief en karakter. De een boos en bezorgd, de ander  soepel en opgeruimd. Doordat ‘dit gezin’ dicht op Myrthes huid zit, kan het haar niet ontglippen, maar maakt dat het schrijven ook zwaar. Telkens opnieuw moet Myrthe dingen ‘doormaken’ die ze (liever) achter zich laat. “De zussen zitten met, waar ik zelf ook mee worstel. Waar houdt je eigen leven op en begint dat van je ouders? Hoe ga je om met een moeilijke situatie die niet verbetert? Hoe geef je als je volwassen bent, vorm aan het verdriet uit je jeugd. Na het schrijven was ik dan ook doodmoe.” Het kan niet anders dan dat Moeders van anderen tijdens de lezing centraal zal staan.

 

Franca Treur ©Ilja-Keizer

Franca Treur (Meliskerke, 23 juni 1979)

Franca Treur schrijfster en journaliste, wordt geboren en groeit op in een ‘bevindelijk gereformeerd’ boerengezin op Walcheren. Deze Orthodox-protestantisme stroming beschouwt de Bijbel als het onfeilbare Woord van God.

Na de middelbare school gaat zij aanvankelijk in Leiden psychologie studeren en later Nederlands    en Literatuurwetenschap. In Leiden wordt ze lid van het dispuut Panoplia, onderdeel van de landelijke reformatorische studentenvereniging. Tijdens haar studie ontdekt zij de overeenkomsten tussen het Zondvloed-verhaal uit het Gilgamesj-epos, het scheppingsverhaal uit het Babylonische Enoema Elisj en de verhalen in de Bijbel. Dit brengt haar tot het inzicht, dat al deze verhalen alleen maar bedoeld zijn om troost te bieden aan de mensen. Franca Treur heeft nooit het bestaan van persoonlijk God ervaren en uiteindelijk neemt zij dan ook afstand van haar geloof.

In 2009 verschijnt haar eerste boek, de roman Dorsvloer vol confetti. Een psychologische roman over het twaalfjarige meisje Katelijne (betekenis gezegend, rein, puur, heilig), dat eind jaren tachtig met uitsluitend broers opgroeit in een traditioneel en gelovig Zeeuws boerengezin. De roman werd een succes. Er werden 150.000 exemplaren van verkocht. Door het onderwerp, de rol van het geloof in het dagelijkse leven, doen en laten, en Franca Treurs persoonlijke achtergrond wordt zij regelmatig vergeleken met de (oudere) schrijvers Jan Siebelink en Maarten ’t Hart. Immers beiden ook afkomstig uit een bevindelijk gereformeerd milieu, waarmee ook zij op een bepaald moment in hun leven hebben gebroken   Dorsvloer vol confetti is in 2014 onder regie van Tallulah Hazekamp Schwab verfilmd en ging op 12 september op het Film by the Sea Film Festival in Vlissingen in première.

In 2017 verschijnt Hoor nu mijn stem. Weer een psychologische roman met als een van de centrale thema’s het geloof. Ina verliest op driejarige leeftijd haar ouders en groeit op bij haar opa en zijn twee ongetrouwde zussen Ma en Sjaan. Deze “familie’ beleidt het gereformeerde geloof. De jonge, ambitieuze Ina probeert als haar lichtende voorbeeld tante Ma ‘op de trappen van Gods genade’, hogerop te klimmen. Naarmate ze volwassen wordt, lonkt ook de maatschappelijke ladder, die gemakkelijker te beklimmen lijkt. Volwassen geworden verlaat ze haar geloof en wil zij de beste radio-interviewer van Nederland worden. Dat lukt, maar in korte tijd verliest zij haar baan, geliefde en waardigheid. Haar leven lang heeft ze geïnformeerd naar de ideeën en de binnenwereld van anderen. Maar hoe staat het met haar eigen innerlijk? Met de psychologische roman, Hoor nu mijn stem geeft Franca Treur een stem aan vrouwen uit dat deel van onze samenleving, waar een vrouw zelden wordt gehoord.

Hanneke Hendrix ©Lieke Romeijn

Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

Hanneke Hendrix is een Nederlandse schrijfster, hoorspelmaker en zij maakt podcasts. Zij studeert Writing for Performance aan de HKU en Wijsbegeerte aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.                       Haar debuutroman De verjaardagen (2012) genomineerd voor o.a. de Academica Literatuurprijs. In 2015 ontvangt zij voor haar debuutroman de Cultuur Stimuleringsprijs Stad Nijmegen 2014. Hanneke Hendrix schrijft voor NRC Handelsblad en doceert aan de opleiding Creative Writing op de Arnhemse Kunstacademie en op de Schrijversvakschool.

De verjaardagen speelt zich af in een niet nader benoemd dorp. Dit dorp is er een zoals vele, omringd door velden en bossen en met een paar winkels. Iedereen in het dorp kent elkaar en er wordt dan ook flink over elkaar geroddeld. Het boek bevat zeer veel flash for- en backwards. Hoofdpersonage is Boris, een brokkenpiloot, maar die ondanks alles op sympathie kan rekenen. Tot zijn ouders hem een geheim vertellen, dat zijn leven op de kop zet. Vanaf dat moment is het Boris ‘tegen de rest’ van de wereld. Een uitzondering hierop is zijn buurmeisje Lies, dat aan een ongeneeslijke huidaandoening lijdt, waardoor lichamelijk contact onmogelijk is. Deze twee buitenbeentjes groeien naar elkaar toe. In 2014 verschijnt De dyslectische-hartenclub verscheen, met dialogen tussen drie vrouwen, die alle drie vanwege brandwonden in het ziekenhuis belanden en alle drie hebben redenen om niet meteen alles over hun te vertellen.

In 2018 verschijnt haar roman Aswoensdag. Ook die speelt zich af in een dorpje met de naam Sint Nazareth Aan De Woestijn. Marit, ongewenst kinderloos en bezig met de laatste ivf-poging wordt gedwongen terug te keren naar haar Limburgse geboortedorp en ouderlijk huis om voor haar moeder met alzheimer te zorgen. Hanneke Hendrix neemt haar lezers mee naar het katholieke Limburg. Overtuigend brengt zij het benauwde dorp tot leven; een dorp waar iedereen elkaar kent en begluurt vanachter de vitrage. Marit ziet op tegen het beklemmende en gemaakte gezelligheid van het voormalige mijndorpje, maar vooral tegen de confrontatie met haar kille moeder, die zij sinds de dood van haar vader niet heeft gesproken. Tegen verwachting brengt het verblijf juist rust. Zij leert anders te  kijken naar wat ze eerder verafschuwde en er groeit voor het eerst iets als een band tussen haar en haar moeder, een vrouw getekend door een rampzalige gebeurtenis, vroeger    in het dorp. (Victor Elfring  zal Hanneke Hendrix met name over haar roman Aswoensdag interviewen.)

Judith Koelemeijer ©Merlijn Doomernik

Judith Koelemeijer ( 8 april 1967, Zaandam)

 

Judith Koelemeijer schreef als kind al graag verhalen. Maar het verlangen om journalist en schrijver te worden bleef lang vaag en romantisch. Na de middelbare school werkte ze een paar jaar in cafés en maakte ze verre reizen. Uiteindelijk schreef ze zich alsnog in voor de studies Nederlands en Culturele Studies.

Na een stage bij ‘De Groene Amsterdammer’ wist Judith zeker dat ze de journalistiek in wilde. In 1994 kon ze, na een stoomcursus aan de Postdoctorale Opleiding Journalistiek, aan de slag bij ‘de Volkskrant’, waar ze al snel haar voorliefde ontdekte voor verhalen over ‘gewone’ mensen en hun bijzondere geschiedenis. In de avonduren werkte ze aan haar familiegeschiedenis ‘Het zwijgen van Maria Zachea’. In 2000 nam ze ontslag bij de Volkskrant om zich volledig aan het schrijven van haar boek te kunnen wijden.

‘Het zwijgen van Maria Zachea’ werd na verschijnen in 2001 alom geprezen om de literaire kwaliteit. Judith liet zien dat ook waargebeurde verhalen zich goed lenen voor de romanvorm. Het boek won de NS Publieksprijs, het Gouden Ezelsoor voor het beste verkochte literaire debuut en de Zaanse Cultuurprijs. Er werden meer dan 300.000 exemplaren van de familiegeschiedenis verkocht. In ‘Anna Boom’, haar tweede boek, dat verscheen in 2008 en eveneens uitgroeide tot een bestseller, verkent zij opnieuw de grenzen van de literaire non-fictie. ‘Anna Boom’ verscheen in augustus 2009 in Duitsland onder de titel ‘Das Leben der Anna Boom – die Geschichte einer mutigen Frau’.

In augustus 2013 verscheen Judiths meest autobiografische boek:  Hemelvaart – Op zoek naar een verloren vriendin. In dit verhaal reconstrueert Judith Koelemeijer de plotselinge dood van haar jeugdvriendin Annette, in 1985 op het Griekse eiland Paros. Het boek riep veel herkenning en ontroering op, en er werden meer dan 50.000 exemplaren van verkocht.

De auteur woont in Amsterdam met haar man, de filmmaker Vuk Janic, twee kinderen en hond Pip.

Wiel Kusters ANP photo ©SanderNieuwenhuys

Wiel Kusters (1 juni 1947 Spekholzerheide)

Wiel Kusters debuteert op achttienjarige leeftijd met gedichten in het literaire tijdschrift Contour. Van 1968 tot 1973 studeert hij Nederlandse Taal- en Letterkunde in Nijmegen en in 1986 promoveert hij in Utrecht op het proefschrift De Killer, over de poëzie en poëtica van Gerrit Kouwenaar. Onder het pseudoniem k.w. tuisler verschijnt in 1974 zijn eerste bundel almachtige huur .
Van 1986 tot 1988 is Wiel Kusters gasthoogleraar aan de Freie Universität Berlin en vanaf 1989 hoogleraar Algemene en Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Maastricht. Verder is hij redacteur van o.a. De Gids, Tijdschrift voor Geneeskunde en Ethiek, DW B (literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort). Verder literair medewerker van NRC Handelsblad, de Volkskrant, het VPRO-programma Boeken en KRO-radio. Kusters gebruikt in zijn literaire werk vaak en diepgaand het thema van het leven en het werk van de Limburgse mijnwerkers en hun gezinnen. (Een oor aan de grond (1978); Een bezoek aan de leermijn (1984); Koempel adieë (2005). Ook schrijft hij gedichten speciaal voor kinderen, zoals Het Veterdiploma (1987) met gedichten over heel gewone, alledaagse dingen, zoals schoenveters, die steeds weer los gaan.

In het dichterschap van Wiel Kusters is na het verschijnen van zijn verzamelde gedichten (Leesjongen, Uitgeverij Cossee, 2017) een nieuwe en productieve fase aangebroken. Tot de resultaten daarvan behoort, naast een omvangrijke bundel langere gedichten waaraan nog gewerkt wordt, een reeks van achtenveertig kwatrijnen, die zich eind 2018 in korte tijd aan hem opdrongen. Zelf heeft hij het gevoel dat hij ze ‘in opdracht’ schreef. Maar in opdracht van wie? De reeks gaat over verlies. Over de afwezigheid van nabije mensen. Over een gemis dat bij vlagen misschien een beetje gecompenseerd kan worden door de ‘ander’ in jezelf en in je taal te herkennen. Die even vertrouwde als vreemde ander, met wie je je kunt confronteren, zodat je de illusie kunt koesteren van een korte ontmoeting. Kwatrijnen, vier regels per keer, niet meer, maar  gevoelige en geduldige lezers zullen ervaren: dat is in deze poëzie toch ook zeer veel. Misschien kan de dichter ook voor wie hem langzaam leest en herleest een herkenbaar vreemde ander zijn.

Voor zijn literaire werk en voor zijn stimuleren van het literaire leven in Limburg krijgt hij in 1990 de Sphinx Cultuurprijs en in 2007 de Eremedaille der Provincie Limburg  ‘in verband met zijn veelzijdige en belangrijke literaire verdiensten op literair gebied en voor de cultuurhistorie van Limburg’.

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!