Word nu seizoenpashouder
van Literair Café Venray!
Klik hier

Uitgelezen?! februari 2026

Schilderen met woorden

Dichters willen in weinig woorden iets zeggen wat bij de lezer iets teweegbrengt: een ontroering, een gevoel, een emotie. Zoals een schilder in zijn schilderij eveneens tracht te doen. Zo ook de dichteres Judith Herzberg (1934) die in haar bundel ´Wat zij wilde schilderen´ uit 1996 schreef:

 “Zij schildert wat zij niet kan eten
niet kan bezitten niet beschrijven.
Zij schildert wat niet stil blijft
zitten niet gelijk blijft niet
verandert”.

De dichteres wil hier als het ware een werkelijkheid schilderen zoals een schilder een schilderij schildert, maar zij doet dat met woorden. Zij tracht in woorden weer te geven wat zij waarneemt, evenals de ontroering die de waarneming bij haar oproept. Zij maakt daarbij gebruik van een techniek die door dichters wel meer wordt gebruikt. Zij schrijft in de derde persoon enkelvoud. Niet: ¨Ik schilder wat ik niet kan eten”, terwijl zij toch iets over haarzelf zegt. Dit wordt het perspectief genoemd van waaruit een schrijver een gedicht of verhaal verwoordt. Het antwoord op de vraag welke persoon het gedicht of verhaal vertelt. Is dat de ik-figuur of een ander personage? Is de schrijver toeschouwer of handelend individu?

In de werkelijkheid zijn de dingen en gebeurtenissen ook steeds in beweging, voortdurend aan verandering onderhevig. Zowel het schilderij als het gedicht zijn een momentopname. De vastlegging van een ogenblik. Om de beweging tot uitdrukking te brengen heeft zowel de schilder als de schrijver middelen tot zijn beschikking. Een schilder kan bijvoorbeeld op zijn schilderij dreigende wolken schilderen, die suggereren dat er onweer op komst is. Of angstige mensenkoppen en schreeuwende paarden. In een verhaal kan een romanschrijver opeenvolgende gebeurtenissen de revue laten passeren.

In 2015 had ik me ingeschreven voor een ´schrijfweekend´ ergens in de Ardennen in België. De wandelingen in de natuur van het gebied ´De Hoge Venen´ hebben ertoe bijgedragen daarover een gedicht te schrijven. In dit gedicht maak ik gebruik van de beeldspraak van een schilderij, alsof een landschap een schilderij is en alsof ik de woorden heb geschilderd.

De Hoge Venen

Het regent weer op de Hoge Venen.
De lucht zo grijs als leistenen daken
waaronder de dagen valer worden.
De vogels verborgen in het gras.
Als slangen kronkelen de beekjes
door het veen schijnbaar nergens heen.
Het wild verscholen in het bos.
De bomen eenzaam aan de horizon,
achteloos verloren in dit schilderij
van wolkenluchten, moeras en heide.

Ik zou willen dat ik dat schrijven kon:
Zo’n landschap loom en leeg en lijzig;
en over die vervloekte verlatenheid.

De eenzaamheid en verlatenheid van het landschap heeft op mij een bijzondere aantrekkingskracht. ¨Daar drijft mijn hart mij heen¨.

Andre Leijssen, Literair Café Venray.